Opbouw van de huid

De huid bestaat uit drie lagen. Van buiten naar binnen is dit de opperhuid, de lederhuid en het onderhuidse weefsel.

 

Opbouw

  • De opperhuid bestaat vooral uit hoorncellen. Deze worden onderin de opperhuid aangemaakt en schuiven langzaam naar boven. Aan de bovenkant schilferen ze af.  Zo vernieuwt de opperhuid zich ongeveer elke vier weken. Op sommige plekken is de hoornlaag extra dik, zoals onder de voeten en in de handpalmen. In de opperhuid liggen naast de hoorncellen ook de pigmentcellen, die mede de kleur van de huid bepalen, en cellen die een rol spelen bij de afweer van het lichaam.
  • De lederhuid bestaat vooral uit bindweefsel. De grens tussen de opperhuid en de lederhuid verloopt golvend, waardoor beide lagen in elkaar grijpen en lederhuid uitstulpt in de opperhuid. In de lederhuid zitten bloedvaten, lymfevaten, talgklieren, zweetklieren, haarzakjes en zenuwen waarmee we kunnen voelen. In de uitstulpingen van de lederhuid in de opperhuid liggen kleine bloed- en lymfevaatjes die de opperhuid van voedingsstoffen voorzien en de afvalstoffen afvoeren. De bloedvaatjes zijn niet alleen verantwoordelijk voor de voeding (en zuurstofvoorziening) van de huid, maar ook voor het regelen van de temperatuur van het lichaam.
  • Het onderhuids bindweefsel bestaat vooral uit vet. Het heeft onder andere een functie als warmte-isolatie, stootkussen, energieopslag en waterreservoir. 

Haren 

Haren bestaan uit dood hoornmateriaal. Een haar groeit uit een haarzakje. Behalve op de lippen, handpalmen en voetzolen, groeien er op het hele lichaam haartjes. 

Er zijn drie soorten haren. 

  1. Lagunoharen: dit is haar dat een ongeboren baby in de baarmoeder bedekt. Het wordt voor de geboorte afgestoten, maar is soms nog te zien bij te vroeg geboren baby’s.
  2. Vellusharen: dit zijn fijne donshaartjes zonder kleur. Ze blijven het hele leven aanwezig. 
  3. Terminale haren: dit zijn de dikkere haren met een kleur (zwart, bruin, rood of blond). Bij de geboorte zit het alleen op het behaarde hoofd, wenkbrauwen en wimpers. In de puberteit ontstaan ook terminale haren in de oksels en rond de schaamstreek. Bij mannen ontstaan ook terminale haren in het gezicht (baard) op de benen, armen, borst en buik. Bij vrouwen op de onderbenen en onderarmen. Afhankelijk van waar je vandaan komt kan deze haargroei erg verschillen. Mannen en vrouwen uit Zuid-Europa hebben vaak meer lichaamsbeharing dan mannen en vrouwen uit Noord-Europa. 

De cyclus van de haargroei

Het haar groeit in drie fasen; een periode van groei (anagene fase), een overgangsfase (katagene fase) en een rustperiode (telogene fase) waarna het haar uitvalt. Bij veel dieren loopt de cyclus van de haren gelijk waardoor veel haren tegelijk uitvallen. Bij mensen zitten de haren in verschillende cycli. Ongeveer 85% van de haren op het hoofd zit in de anagene fase, 14% in de telogene fase en 1% in de katagene fase. Een mens verliest 50 tot maximaal 200 haren per dag. Hoeveel haren je verliest verschilt per persoon. Ook verlies je wat meer haren in de winter.

Nagels

Nagels bestaan net als de haren uit dood hoornmateriaal. De nagel groeit vanuit het nagelbed. Nagels van de vingers groeien ongeveer 3 millimeter per maand, terwijl de teennagels 0.5 tot 1 millimeter per maand groeien. De nagels beschermen de vingers en tenen. De vingernagels zorgen er ook voor dat je iets heel kleins kunt oppakken en hebben een functie bij jeuk (krabben). Daarnaast kun je met je nagels het lichaam versieren, bijvoorbeeld door ze te kleuren met nagellak.