Lichaamstemperatuur

Lichaamstemperatuur

De lichaamstemperatuur van de mens ligt tussen de 35,5 °C en 37,8 °C. Deze temperatuur wisselt over de dag en is ’s avonds het hoogst.

De gemeten lichaamstemperatuur kan verder verschillen door welke lichaamsplek is gemeten, kwaliteit van de apparatuur, de tijd van de menstruatiecyclus en door lichamelijke activiteit. 

 

Voldragen baby’s

Baby’s hebben in verhouding meer huidoppervlak dan volwassenen, waardoor ze relatief meer warmte verliezen. Ze koelen dus sneller af en daarom moet de omgevingstemperatuur niet te laag zijn. Maar te hoog moet de temperatuur evenmin oplopen, omdat de zweetklieren nog niet volledig ontwikkeld zijn de eerste weken.

 

Te vroeg geboren baby’s 

Te vroeg geboren baby’s hebben een verhoogd risico op onderkoeling. Vooral wanneer ze geboren zijn voor de 30e zwangerschapsweek kan het warmteverlies hoger zijn dan het vermogen om warmte te produceren. 

Het verliezen van water leidt tot verlies van warmte, dit draagt bij aan het risico op een lage lichaamstemperatuur (zie ook transepidermaal waterverlies). 

Tijdens de eerste dagen van hun leven kunnen te vroeg geboren baby’s geboren voor 36 weken nog niet transpireren als reactie op warmte. Na 13 dagen kunnen de meesten dat wel.