Insectenbeet Richtlijn JGZ

Huidafwijking

Sterk jeukend bultje (papel) of galbult (urtica). Soms ontstaat er een blaasje of blaar (bulla).

Oorzaak

  • Giftige stekers: honingbij, wesp, hommel, hoornaar, horzel, spinnen en bepaalde mieren.
  • Niet-giftige stekers: muggen, vlooien, luizen (waaronder ook de wandluis), teken (zie ziekte van Lyme) en schurftmijt.

Incidentie

Frequent.

Leeftijdvoorkeur

Geen

Voorkeurslokalisatie

Vaak zijn de onbedekte huiddelen aangedaan, afhankelijk van de oorzaak. Muggenbeten bevinden zich vaker op onbedekte delen van de huid, vlooienbeten veelal op de bedekte delen en dan vaak een aantal dichter bijeen.

Beloop

Soms ontstaat 2-8 uur na de beet/steek een acute uitbarsting van sterk jeukende bultjes, vaak omgeven door een rode rand: strophulus infantum. Dit wordt beschouwd als een overgevoeligheidsreactie van het vertraagde type op beten van muggen, steekvliegjes, mijten en vlooien.

Beleid

Zo mogelijk het vermijden van de oorzaak, zodat het kind niet gestoken wordt. Dit kan door middel van een klamboe, kleding, e.d. Ook kan DEET gebruikt worden. Onder de leeftijd van 2 jaar mag maximaal DEET 40% gebruikt worden en niet op handen of rond de mond.

Afhankelijk

van de steker wordt behandeling toegepast (zoals jeuk bestrijden of angel verwijderen bij een wespensteek).

 

Deze richtlijn is een publicatie van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ).

© Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Utrecht, 2012