Melanoom

Ook bekend als:
Maligne Melanoom.  

Wat is het

Een melanoom is een kwaadaardig gezwel dat ontstaat vanuit pigmentcellen in de opperhuid. Het is de op twee na meest voorkomende vorm van huidkanker en het risico op snelle lokale uitbreiding en uitzaaiing naar andere organen is groot.

Ontstaan

Door beschadiging van het DNA van de pigmentcellen (melanocyten) in de opperhuid gaan deze cellen zich versneld en ongeremd delen. Hierdoor ontstaat een gezwel (tumor). De cellen kunnen zich ter plekke in de breedte of in de diepte uitbreiden of zich verspreiden via de bloed- of lymfebanen (uitzaaien/metastaseren).

Veel melanomen ontstaan vanuit een al aanwezige moedervlek. Soms is het ontstaan van melanomen familiair bepaald. Ze worden het meest gezien bij mensen die ouder zijn dan 40, maar ook jong volwassenen kunnen het krijgen. Melanoom komt maar zelden bij kinderen voor.

Mensen met een lichte huid en/of overmatige blootstelling aan zonlicht met forse huidverbranding in het verleden hebben een groter risico op het krijgen van een melanoom. Ook geeft het hebben van zeer veel moedervlekken, het hebben van meerdere onrustige moedervlekken of het hebben van familieleden met een melanoom een vergrote kans op het ontwikkelen van een melanoom

Symptomen

Wanneer melanoom ontstaat vanuit een moedervlek zal deze meestal veranderen in kleur, vorm of grootte. De moedervlek kan gaan jeuken of spontaan gaan bloeden. Melanoom kan ook spontaan ontstaan, zonder dat er eerst een moedervlek heeft gezeten. Veranderingen van je eigen huid die kunnen wijzen op melanoom zijn te onthouden via de ABCDE methode:

A- Asymmetry: de ene helft van een moedervlek hoort te lijken op de andere helft.

B- Border (rand): de rand is onregelmatig of vaag.

C- Color (kleur): de kleur verandert of de plek heeft verschillende kleuren.

D- Diameter: de plek groeit of is erg groot.

E- Evolution (verandering): de plek verandert snel.

 

melanom.png

Bron schema: HUID&haar (mei 2013), Frans Meulenberg. Foto's: UMCG (prof. dr. M.F. Jonkman), LUMC (prof. dr. W. Bergman).

Soorten

Er zijn verschillende soorten melanomen, afhankelijk van de plek, groeiwijze en het soort pigmentatie.

Oppervlakkig spreidend melanoom (SSM; Engels: superficial spreading melanoma)

Dit is het meest voorkomende type melanoom. Het oppervlakkig spreidend melanoom groeit langzaam en alleen oppervlakkig in de bovenste huidlaag. Een verdachte plek wordt bij voorkeur zo vroeg mogelijk verwijderd om de kans op diepere ingroei en uitzaaiingen te verkleinen.

Nodulair melanoom (NM)

Het nodulair melanoom wordt ook wel gezien als een latere fase van het SSM, waarbij het behalve oppervlakkig ook dieper gaat groeien door meerdere huidlagen heen. Dit type groeit sneller dus is veel agressiever en minder gunstig. 

Lentigo Maligna melanoom (LMM)

Een lentigo maligna melanoom ontstaat vanuit een lentigo maligna, die vrijwel alleen in de bovenste huidlaag in het gezicht voorkomt. Zodra LM verder de diepte in gaat groeien (dit gebeurt bij ongeveer 5%) heet het een melanoom (LMM). De plek groeit langzaam, maar zaait wel snel uit en moet daarom ook snel herkend en behandeld worden.

Acrolentigineus melanoom (ALM)

Dit type komt voor onder de nagels en op handpalmen of voetzolen. Acrolentigineus melanoom is zeldzaam en groeit langzaam, maar wordt vaak pas erg laat ontdekt zodat de genezingskans matig is.

Amelanotisch melanoom

Deze vorm is zeer moeilijk te herkennen om het amelanotisch melanoom geen pigment heeft waardoor het niet op een moedervlek lijkt.

Andere plekken

Melanoom kan ook voorkomen in de mond, op de oogleden, op de penis of vagina en in het oog.

Het type melanoom en de ernst ervan worden bepaald door de grootte van de plek, de dieptegroei en of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren en/of andere organen.

De diepte van het melanoom wordt door een patholoog onder de microscoop vastgesteld. Deze kan het aantal aangedane huidlagen tellen (methode van Clark), of de dikte in millimeters meten (methode van Breslow).

Naarmate de grootte van de plek, de diepte, het aantal aangedane lymfeklieren en het aantal aangedane andere organen toeneemt, is de genezingskans kleiner.

Behandeling

Een plek die verdacht is voor melanoom, ongeacht het type, zal altijd ruim chirurgisch worden verwijderd en daarna worden onderzocht door een patholoog. Indien er bevestigd wordt door de patholoog dat het om een melanoom gaat, dan zal er nog een tweede verwijdering gedaan worden, die ruimer is dan de eerste en vaak ook dieper (afhankelijk van de grootte en dikte die de patholoog heeft gemeten). Er zal door de arts gevoeld worden of er vergrote lymfeklieren in de buurt van de plek zijn, eventueel kan hier uitgebreider onderzoek naar worden gedaan. Indien het melanoom uitgezaaid is, zullen er meerdere artsen (bijvoorbeeld een oncologisch internist) worden betrokken bij het verdere behandel plan.

Bij sommige melanomen zal periodiek controle van de huid plaatsvinden door een dermatoloog. De dermatoloog bekijkt het litteken van de verwijderde plek en inspecteert of er ergens anders nieuwe plekken zijn ontstaan of bestaande moedervlekken onrustig zijn geworden. Daarnaast wordt altijd naar de lymfeklieren gevoeld.

Wat kan ik zelf?

Om de kans op melanoom te verkleinen is het belangrijk de huid goed te beschermen tegen overmatige blootstelling aan zonlicht [zie ook ons thema ‘zon en huid’]. Daarnaast is het nuttig om je regelmatig door een arts te laten controleren wanneer je zeer veel moedervlekken hebt en/of eerder onrustige moedervlekken hebt gehad en/of directe familieleden hebt met een melanoom.

Verder is alertheid op pigmentveranderingen van belang. Bezoek een arts als je de eerder genoemde symptomen herkent.